Ons reisverhaal speelt zich af in Oostenrijk, meerbepaald het Stubaital,
gelegen in de deelstaat Tirol. Het Stubaital vindt je tussen Innsbruck
en de Brennerpas. Aan het einde van dit dal ligt de Stubaier gletcher
(3300meter),
tevens ook het grootste gletsjer-gebied van Oostenrijk.
Een daguitstap naar Italië is vanuit het Stubaital zeker aan te raden.

Ons reis- en fotoverhaal.
Wegens het wat minder gunstig uitvallen van de te nemen congé op
het werk, zijn we noodgedwongen om op zaterdag te vertrekken.
Het is dan ook een drukke bedoening op de weg, een zwarte zaterdag tijdens
de vakantie-uittocht.
In België en Duitsland wil het nog vlotten, met de grensoversteek
naar Oostenrijk is het één en al file en stapvoets verkeer....
Neem daarbij dan ook nog eens de brandende zon en je kan wel geloven
dat we plakkerig en uitgeput uitkijken naar een afrit "Stubaital"..
Onze vermoeidheid wordt al snel vergeten, wanneer we eenmaal het Stubaital
binnenrijden... Op het einde van het dal zie je de gletsjer, het dal zelf is groener dan
groen. Ons huisje voor de komende twee weekjes huren we van
een West-Vlaamse madam, die is getrouwd met een Oostenrijker.
(Dit blijkt de komende dagen wel handig, want van de taal
hebben we geen kaas gegeten) We worden hartelijk ontvangen, de valiezen worden
uitgeladen en het huisje wordt met ons "gerief" ingericht.
Meer info omtrent ons vakantiehuisje vindt je via de
volgende link : Huis Pircher-Maes.

Onze tweede dag starten we rustig, we verkennen Telfes zelf, brengen
een bezoek aan het plaatselijk toerismebureau en maken een kleine
wandeling. Onderweg komen we het kerkje tegen, een bezoek
binnen kan dan ook niet uitblijven. Dit zijn hier wel echte
kunstwerken, een immens verschil met onze koude, kale kerken...

Op dag drie staat een bezoekje geplant naar de "Alpen tuin" op de Kreuzjoch.
Vanuit Fulpmes nemen we de kabelbaan, via het ski-station 'Schlick 2181818' komen we
op een hoogte van goed 2100 meter.
Van beneden zagen we de wolken al hangen, maar je weet nooit, in de bergen kan
het weer zeer snel omslaan. Het is nog maar ochtend dus we hebben goeie
hoop dat - eens we boven zijn met de kabelbaan - we zullen
kunnen genieten van prachtige uitzichten...
Vol goeie moed stappen we in. 50% van ons gezin doet dit zonder ver-
pinken, de andere 50% gaat toch maar met een klein hartje omhoog...
Eens boven is het zicht miniem, het is er héél koud en miezerig.
We blijven nog wat terplekke wachten in het station, maar
weersverbetering is er voor het moment niet.
We besluiten de Alpen tuin links te laten liggen en beginnen dan maar
metteen aan de afdaling.
Tegen de middag wordt het wat warmer en af en toe krijgen we de zon te zien.
We arriveren bij de Schlicker-alm. Hier staat een
kapelletje waar je een kaarsje kunt branden voor een behouden thuiskomst van
de bergwandelaar.
Aan het speelpleintje en kleine kinderboerderij kunnen de kinderen
zich even amuseren alvorens we de wandeling naar het dal terug opnemen.
Dag vier staat in het teken van Maria-Waldrast.
Dit is een klooster, gelegen op een hoogte van een goeie 1630 meter.
Dit oord is het hoogst gelegen klooster van Oostenrijk. Een bron die daar ontspringt
zou zeer heilzaam werken. Menig mensen waren daar dan
ook flessen en bidons aan het vullen.
Vanuit het dorpje Mieders nemen we de kabelbaan naar Koppeneck en stappen uit op
1680 meter. Het zicht dat we van hieruit hebben is prachtig.

Via een kapelletjesweg volg je het wandelpad naar het klooster.
Ook langs dit wandelpad zijn de koeien niet te ontvluchten.
Op de terugweg zijn we bij een bankje aan het picknicken als er
naast ons een ganse kudde het wandelpad oversteekt,
om zo hun weg te vervolgen aan de andere kant van het bos.
Vanuit Koppeneck een mooi zicht op Telfes.

Dag vijf start zonnig en warm, meteen een gelegenheid
om het tuintje uit te testen. Giovanni gaat een toertje rijden met de fiets,
wij plaatsen ons in de ligzetels met een boekje...

Na 10 uur wordt de koelbox gevuld en wachten we op onze wielertoerist.
De uurtjes kruipen vooruit, nog gene coureur te zien.
In een plaatselijke telefooncel (jaren niet meer gebruikt) probeer ik
het gsm-nummer in te tikken, helaas, bij het teveel aan nummers
begint het in hoorn tilt te slaan.
Omdat de paniek bij de kinderen toch wel wat toeneemt, bel ik het thuisfront
in België op, met de vraag of zij kunnen bellen naar ons gsm-nummer...
Na wat over-en weer getelefoneer kom ik eindelijk te weten dat mijn man
een verkeerde route heeft genomen, zo in een ander dal is belandt en dus
de colletjes die hij deed in de afdalingen, terug mag oprijden, om zo weer
in Telfes te geraken.
Eens terug staan er op de teller bijna 80km, van een klein toertje gesproken.
Feit is wel, dat ik vanaf nu gewoon mee rij met de auto...
Door de gedane kilometers met de fiets, hebben de benen nu wel geen zin
meer om te wandelen. We gaan dan maar picknicken bij een plaatselijk meertje.
Als je Volderau
uitrijdt, kom je dit plekje tegen.
Er is een ligweide, speeltuigen en mogelijkheid om in
het stroompje - die het meertje vult - te spelen.
De kinderen vinden het zéér oké om hier wat tijd door te brengen.
Wie vroeger met zijn ouders ook al eens de bergen in trok, kent
het volgende spelletje waarschijnlijk ook wel...
Wat mijn kinderen nu ook doen in de stroompjes is dammen bouwen.
Vooraleer ik op vakantie vertrek, zoek ik ruim op tijd naar informatie over de streek waar
we zullen verblijven. Toeristenbureau's worden aangeschreven, ook het internet is
een welgekomen bron. Al van voor we zijn vertrokken uit België
staat vast de we de Grawa-waterval een bezoek zullen brengen.
Deze waterval bevindt zich tussen het dorpje Renalt en het einde van het dal.
Je kan kiezen uit tal van wandelingen naar deze waterval, je kunt het kort houden
maar de mogelijkheid is er ook om er een mooie wandeling van
te maken. Wij kiezen voor het laatste...
Mede dank zij het prachtige weer, genieten we onderweg van
de natuur en de uitzichten.
Al van ver hoor je het geraas van de waterval..
Eens ter plekke, is wat je ziet onbeschrijfelijk!!
We kunnen er wel foto's van tonen, maar wat je in werkelijkheid
kunt ervaren bij zo'n natuurverschijnsel, daar zijn geen woorden voor.
De 'Grawa' is dan ook iets wat we van ons
leven nooit meer zullen vergeten...

(klik op onderstaande randfoto's, dan worden die in het groot weergegeven)
Via een wandelpad, naast de Grawa-fall, kun je tot boven de waterval
geraken. Er is een platform gemaakt zodat je een
uniek zicht krijgt op het neerstortende water.
Het is een korte, wel pittige klim. Maar zeker de moeite waard om
te ondernemen. Op het platform staat een bankje waar je kunt
genieten van dit natuurgeweld.
Op de terugweg komen we geitjes tegen. Deze geiten
blijken zeer tam te zijn. Een koek die we nog
in onze rugtas hebben, komen ze zo uit de hand eten...
Het openluchtzwembad in Fulpmes en het
minigolfterrein (tevens ook in Fulpmes) staan geplant op
dag zeven.

|